Augustijntje


Eethuis Augustijntje bevindt zich tegenover de Augustijnenkerk St. Stefanus in het centrum van Gent. Bij het binnengaan heeft Captain Critic de indruk dat een niet onaanzienlijk deel van de gasten bestaat uit bewoners van het naburige Rusthuis Tempelhof. De kapitein kan daar uiteraard niet 100 procent zeker van zijn (hij is de senioren in kwestie niet gevolgd naar hun residentie, dat zou hem op een veroordeling te staan kunnen komen, of op zijn minst toch op een pak slaag met een handtas), maar gezien hun leeftijd en de hartelijke begroetingen met de gastvrouw, durft de kapitein toch van zijn veronderstelling uit te gaan.


Het interieur heeft overigens wat weg van dat van de eetzaal in een rusthuis, ook al heeft de kapitein persoonlijk nog niet veel van zulke eetzalen van de binnenkant gezien (houden zo, Captain Critic, op zijn minst nog enkele decennia). Twee gigantische, vreemd geplaatste, en nu blijkbaar dichtgemaakte schuifdeuren aan één van de zijmuren van de zaal doen vermoeden dat Augustijntje ooit zelfs rechtstreeks verbonden was met het ernaast gelegen rusthuis. Bovendien lijken ook het servies en het bestek wel overgenomen uit dat rusthuis, wat uiteraard geen probleem is, maar het occasionele bord waar een stukje van gebroken is (zoals bij het dessert het geval is), zou wel weggegooid mogen worden.


Het is welhaast een morele verplichting om in een zaak gelegen tegenover een Augustijnenkerk, met dan ook nog ’s de naam Augustijntje, een Augustijn te drinken. Captain Critic begint dan maar met een blonde, om later - bij het hoofdgerecht - over te schakelen op een donkere Augustijn. Op de kaart de typische Vlaamse brasserieklassiekers, waaruit de kapitein een duo van kaas- en garnaalkroketten kiest. Zeer basic gepresenteerd met een schijfje citroen en een gemengd slaatje in een uithoek van het bord. Beide kroketten zien er behoorlijk ambachtelijk gemaakt uit en zowel de kaas- als de garnaalkroket smaken zoals een kaas- en garnaalkroket horen te smaken: een smeuïge, smaakvolle vulling en een krokant, niet al te dik korstje. Enkel op de presentatie mag er toch iets meer gelet worden.


Het hoofdgerecht is Gentse stoverij, gemaakt met (hoe kan het ook anders) Augustijnbier. Een bord met hetzelfde gemengd slaatje als bij het voorgerecht gaat vergezeld van een kom frieten met mayonaise en een reusachtige kom stoverij die er weliswaar wat onverzorgd (de randen van de kom hangen vol saus), maar tegelijkertijd enorm smakelijk uitziet, contradictorisch maar waar. De stoverij is geslaagd: de saus is smaakvol en de stukken vlees (het zijn er wel een achttal) zijn zo zacht dat je ze met een vork uiteen kan trekken. Stoverij zoals het hoort dus. De frieten smaken op zich wel (wanneer doet een friet dat niet), maar huisgemaakt lijken ze niet, wat toch een minpunt is. Een geslaagde Gentse stoverij, maar een portie echte huisgemaakte frieten had het hoofdgerecht toch naar een hoger niveau kunnen tillen.


Als dessert krijgt de kapitein een plak ijstaart voorgeschoteld met een gigantische berg slagroom. Ijstaart uit de diepvriesrekken van de supermarkt en slagroom uit een bus, dus veel kan de kapitein er niet echt op zeggen, behalve dat iets huisgemaakt toch meer indruk zou maken.


De bediening verloopt vlot, al wordt het dessert wel even vergeten. Na een herinnering van de kapitein laat dat gelukkig echter niet te lang meer op zich wachten. De gastvrouw is trouwens een echte Gentse die zich op slippers door het restaurant begeeft. Een ongedwongen stijl die best wel past bij een restaurant als Augustijntje. Een restaurant waar Captain Critic overigens niet van een wow-effect kon spreken, maar waar hij al bij al best wel lekker gegeten heeft. Én gedronken. Dat ook.




Reacties

Populaire posts van deze blog

Pastoor

Würst

Villa Anamma

Vrijmoed

Cassis